Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.6.2. Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2195.

Voor het Hof is niet aangevoerd dat de Duitse autoriteiten op de voet van de Overeenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, ter bestrijding van fraude en andere illegale activiteiten die hun belangen schaden (Trb. 2004, 232), het desbetreffende bewijsmateriaal op verzoek van Nederland hebben opgevraagd bij de Zwitserse autoriteiten, noch dat de Duitse autoriteiten dat bewijsmateriaal op onrechtmatige wijze hebben verkregen. Vorenbedoelde overeenkomst verzet zich niet ertegen dat in dit geval Nederland met het oog op het toezicht op en de handhaving van douane- en landbouwwetgeving van de Europese Unie gebruik maakt van het door Duitsland van Zwitserland verkregen bewijsmateriaal. Dat belanghebbende noch in Duitsland noch in Nederland strafrechtelijk is vervolgd, doet niet af aan de toelaatbaarheid van de bewijzen bij het onderbouwen van de rechtmatigheid van de onderhavige uitnodigingen tot betaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b, en de alinea staat in dat document op bytes 34862 tot 35874.