Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.7.2 Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2222.

Het hof leidt uit de samenhang van de artikelen 3:316 BW, 3:319 BW, 3:324 BW en 3:325 BW en de memorie van toelichting op artikel 3:319 BW af dat de stuiting van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak als sequeel van een toegewezen eis ook valt onder de uitzondering van de hoofdregel van 3:319 BW waardoor er een van artikel 3:319 afwijkende nieuwe verjaringstermijn gaat lopen en wel een die voortduurt zolang de executie nog plaatsvindt. Uit die toelichting op artikel 3:319 BW, waarin staat vermeld dat behoudens een aantal technische verbeteringen het instituut van de stuiting wordt behouden en de verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad uit 1935, blijkt voorts dat met de invoering van het NBW in 1992 geen afwijking van of een breuk met het verleden is beoogd. Zowel uit genoemd arrest van 1935 als uit de relevante literatuur (zie (…)) en recentere jurisprudentie (zie (…)) die ten tijde van het behandelen van de zaak door [verweerder] bekend was volgt dat algemeen werd aangenomen dat de stuiting van de verjaring voortduurt totdat de executie is voltooid. Ook in nog recentere literatuur en jurisprudentie is de opvatting bevestigd dat de stuiting voortduurt zolang het beslag blijft gehandhaafd (zie (…)). (…).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeeac7602353c048e1bb10cfee105aef31d6da4d3bfaa21777491c77827aa7ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeeac7602353c048e1bb10cfee105aef31d6da4d3bfaa21777491c77827aa7ee, en de alinea staat in dat document op bytes 15353 tot 16614.