Citaat | Hoge Raad 30 september 2016
Onder 3.8 Hoge Raad 30 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2222.
Gelet op het hiervoor onder 3.7 overwogene komt het hof tot de conclusie dat, ofschoon de letterlijke tekst van artikel 3:319 BW daarover wellicht vragen openlaat, uit de parlementaire geschiedenis van dat artikel, de relevante literatuur en jurisprudentie in 2007 eensluidend bleek dat het leggen van executoriaal beslag voortdurende stuitende (blokkerende) werking heeft. Een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mocht er dan ook vanuit gaan dat met het leggen van een executoriaal derdenbeslag de verjaring van die vordering gestuit blijft tot aan de afloop van die daad van rechtsvervolging. Van hem behoeft dan ook niet te worden verlangd dat hij na het leggen van executoriaal derdenbeslag (veiligheidshalve) nog andere of nadere stuitingshandelingen verricht ter voorkoming van het verjaren van de vordering waarvoor beslag was gelegd. Dat betekent dat [verweerder], nadat hij op 28 mei 2002 op verzoek van Pegroam tot verhaal van de vordering executoriaal derdenbeslag had laten leggen onder Nemaco, geen beroepsfout heeft gemaakt door geen nadere stuitingshandelingen te verrichten. Immers, hij mocht ervan uitgaan dat het gelegde beslag een voortdurende stuitende werking zou hebben. (…)”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeeac7602353c048e1bb10cfee105aef31d6da4d3bfaa21777491c77827aa7ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeeac7602353c048e1bb10cfee105aef31d6da4d3bfaa21777491c77827aa7ee, en de alinea staat in dat document op bytes 16715 tot 17941.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eeeac7602353c048e1bb10cfee105aef31d6da4d3bfaa21777491c77827aa7ee | shasum -a 256