Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.4.1 Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2222.

Indien een op grond van art. 3:324 BW lopende verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke of arbitrale uitspraak wordt gestuit op een van de wijzen voorzien in art. 3:325 lid 2 BW, begint op grond van art. 3:325 lid 1 in verbinding met art. 3:319 BW een nieuwe verjaringstermijn te lopen die in beginsel gelijk is aan de oorspronkelijke termijn (dat wil zeggen de termijn van art. 3:324 lid 1 dan wel lid 3 BW), doch niet langer dan vijf jaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeeac7602353c048e1bb10cfee105aef31d6da4d3bfaa21777491c77827aa7ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeeac7602353c048e1bb10cfee105aef31d6da4d3bfaa21777491c77827aa7ee, en de alinea staat in dat document op bytes 19983 tot 20468.