Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.4.3 Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2222.

Uit een en ander volgt dat met de woorden “anders dan door het instellen van een eis die door toewijzing wordt gevolgd” in art. 3:319 lid 1, eerste volzin, BW louter is beoogd te verwijzen naar hetgeen art. 3:316 BW bepaalt met betrekking tot de mogelijkheid van stuiting van een rechtsvordering door het instellen van een eis en het aan die wijze van stuiting verbonden rechtsgevolg van voortdurende stuiting tot het tijdstip waarop die eis definitief wordt toegewezen. Met die in art. 3:319 lid 1, eerste volzin, BW opgenomen woorden is niet beoogd om aan de stuiting van de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke of arbitrale uitspraak op de voet van art. 3:325 lid 2 BW een ander rechtsgevolg te verbinden dan volgt uit de in art. 3:319 lid 1 BW (in verbinding met art. 3:325 lid 1 BW) neergelegde hoofdregel, te weten dat met die stuiting een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeeac7602353c048e1bb10cfee105aef31d6da4d3bfaa21777491c77827aa7ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeeac7602353c048e1bb10cfee105aef31d6da4d3bfaa21777491c77827aa7ee, en de alinea staat in dat document op bytes 23276 tot 24215.