Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 4.6 Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2228.

Het hof kwalificeert de aldus tussen partijen gemaakte afspraken als een overeenkomst ingevolge waarvan [eiseres] aan [verweerder] een bedrag van € 10.000,00 zou verstrekken, met de verplichting tot terugbetaling van dit bedrag onder de opschortende voorwaarde dat [verweerder] daartoe de mogelijkheid had. De stelplicht en bewijslast ter zake van de stelling dat de opschortende voorwaarde niet langer aan nakoming door [verweerder] van zijn verplichting tot terugbetaling in de weg staat, rust hierbij ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op [eiseres] (HR 20 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0610, NJ 2002/494).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e7f914459f5e5274cac4021a06492498f6319309c1e417514d5e3f21c4dde7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e7f914459f5e5274cac4021a06492498f6319309c1e417514d5e3f21c4dde7a, en de alinea staat in dat document op bytes 11219 tot 11892.