Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.9.3 Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2228.

Hetgeen het hof vervolgens in rov. 4.12 heeft overwogen, komt erop neer dat voor zover met betrekking tot deze bedragen geen sprake is geweest van een geldlening, in ieder geval sprake is geweest van een schenking aan [verweerder]. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, in het licht van de vaststaande affectieve relatie tussen [eiseres] en [verweerder] en hetgeen het hof in rov. 4.11 heeft overwogen, ook niet onbegrijpelijk. Onderdeel 4.2 faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e7f914459f5e5274cac4021a06492498f6319309c1e417514d5e3f21c4dde7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e7f914459f5e5274cac4021a06492498f6319309c1e417514d5e3f21c4dde7a, en de alinea staat in dat document op bytes 29216 tot 29717.