Citaat | Hoge Raad 30 september 2016
Onder 3.4.1 Hoge Raad 30 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2233.
Dit betoog is terecht door het hof verworpen. De bevoegdheid om als partij in een burgerlijk geding op te treden komt in beginsel alleen toe aan natuurlijke personen en rechtspersonen. Een uitzondering hierop valt uitsluitend aan te nemen als daartoe een bijzondere grond bestaat, zoals in het geval dat de wet een orgaan van een rechtspersoon uitdrukkelijk procesbevoegdheid toekent. (Vgl. o.m. HR 25 november 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4696, NJ 1984/297) Voor het aannemen van procesbevoegdheid is ontoereikend dat de wet het orgaan vertegenwoordigingsbevoegdheid toekent, al dan niet in rechte (vgl. o.m. HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3653, NJ 2015/36).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc8e8fc96a575a415b014a4af11547f955239ca5dfb3695800ad0a3efdcbbfd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc8e8fc96a575a415b014a4af11547f955239ca5dfb3695800ad0a3efdcbbfd, en de alinea staat in dat document op bytes 10916 tot 11589.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcc8e8fc96a575a415b014a4af11547f955239ca5dfb3695800ad0a3efdcbbfd | shasum -a 256