Citaat | Hoge Raad 30 september 2016
Onder 3.5.4 Hoge Raad 30 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2236.
Uit het vorenstaande vloeit tevens voort dat, ook indien het gaat om gelden en tegoeden die door de vreemde staat voor verschillende doeleinden worden gebruikt, zowel publiek als (uitsluitend) commercieel of anderszins, de schuldeiser die beslag legt of wil leggen, zal moeten stellen en aannemelijk maken dat en in hoeverre die gelden en tegoeden vatbaar zijn voor beslag en executie (vgl. het hiervoor in 3.4.3 genoemde arrest Azeta/JCR en Staat, rov. 3.5 en 3.7).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5eb31a8b4727bb2c5f95bd5000693b4d7e30ce219ae8185245abda6055b04c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5eb31a8b4727bb2c5f95bd5000693b4d7e30ce219ae8185245abda6055b04c1, en de alinea staat in dat document op bytes 26974 tot 27453.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e5eb31a8b4727bb2c5f95bd5000693b4d7e30ce219ae8185245abda6055b04c1 | shasum -a 256