Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2016
Onder 2.4. Hoge Raad 4 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2240.
Indien de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen, maar de dagvaarding aan hem in persoon is betekend en de ter terechtzitting aanwezige, door de verdachte uitdrukkelijk gevolmachtigde raadsman niet verzoekt de behandeling van de zaak aan te houden met het oog op de uitoefening van het aanwezigheidsrecht door de verdachte, kan de rechter uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. In die situatie brengt de enkele omstandigheid dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn strafzaak zich in detentie bevond zonder dat dit de rechter bekend was, niet mee dat achteraf moet worden vastgesteld dat feitelijk aan het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77f0a011eff30a08a67a717b3a154a84bd43d4c2a2c1d9ec3ae3cc9396a9f15a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77f0a011eff30a08a67a717b3a154a84bd43d4c2a2c1d9ec3ae3cc9396a9f15a, en de alinea staat in dat document op bytes 8112 tot 8940.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77f0a011eff30a08a67a717b3a154a84bd43d4c2a2c1d9ec3ae3cc9396a9f15a | shasum -a 256