Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2016

Onder 3.2.4. Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2241.

Wellicht ten overvloede merkt de verdediging nog op dat het wetsvoorstel, waarnaar in eerste aanleg is verwezen door de raadsman van de benadeelde partijen, ziet op de vergoeding van affectieschade. Affectieschade moet worden onderscheiden van shockschade. Affectieschade is schade die bestaat uit het verdriet door het overlijden van een naaste. Dergelijke schade is niet gevorderd. In de vorderingen benadeelde partij is immers (naast materiële schade) expliciet uitsluitend shockschade gevorderd. Indien en voor zover uw Hof, onverhoopt en in tegenstelling tot het standpunt van de verdediging, de gevorderde shockschade (mede) zou beschouwen als affectieschade: het wetsvoorstel waarnaar is verwezen, is nog geen geldend recht. Thans is geldend recht dat affectieschade niet voor vergoeding in aanmerking komt. Daarop kan dus (nog) geen beroep worden gedaan. Zo ook de AG in de conclusie van 1 juli 2014: "Het oordeel van het Hof dat het (thans) niet aan de rechter is om van de nog vrij recent uitdrukkelijk door de wetgever beoogde beperkte opvatting van het begrip slachtoffer in de zin van art. 51a Sv af te wijken acht ik ook niet onbegrijpelijk, te meer nu de formulering van art. 51a Sv thans ook niet de ruimte voor een dergelijk ruimer slachtofferbegrip biedt en bij een casuïstieke verruiming van de reikwijdte van art. 51a Sv de gevolgen daarvan voor de rechtspraktijk niet vallen te overzien. Een andersluidend oordeel van het Hof zou derhalve de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaan. Een recent ter consultatie voorgelegd conceptwetsvoorstel biedt steun aan deze opvatting. Het betreft nog een voorontwerp en stelt voor te voorzien in een regeling voor vergoeding van (onder meer, naast bijvoorbeeld het verhalen van zorgkosten) affectieschade voor naasten" (ECLI:NL:PHR:2014:632). In die lijn oordeelde ook het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden nog zeer recentelijk: "In de artikelen 51f van het Wetboek van Strafrecht en artikel 108, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat zogenaamde 'affectieschade' niet toewijsbaar is" (30 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3289).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c80d45efc211d4c606e1c216ef2d094d13c8edce31b4cf5b194d1dd0492f190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c80d45efc211d4c606e1c216ef2d094d13c8edce31b4cf5b194d1dd0492f190, en de alinea staat in dat document op bytes 18303 tot 20435.