Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2016

Onder 3.3. Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2241.

Gelet op HR 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5356, NJ 2002/240 kan vergoeding van immateriële schade plaatsvinden als door het waarnemen van het tenlastegelegde of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevige emotionele schok bij de benadeelde partij wordt teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel voortvloeit, hetgeen zich met name zal kunnen voordoen indien iemand tot wie de aldus getroffene in een nauwe affectieve relatie staat, bij het tenlastegelegde is gedood of gewond. Voor vergoeding is dan wel vereist dat het bestaan van geestelijk letsel, waardoor iemand in zijn persoon is aangetast, in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld (vgl. HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2201).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c80d45efc211d4c606e1c216ef2d094d13c8edce31b4cf5b194d1dd0492f190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c80d45efc211d4c606e1c216ef2d094d13c8edce31b4cf5b194d1dd0492f190, en de alinea staat in dat document op bytes 28476 tot 29318.