Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2016

Onder 3.4. Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2241.

Het Hof heeft geoordeeld dat de door de benadeelde partij [betrokkene 1] geleden immateriële schade toewijsbaar is. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, nu het Hof in zijn onder 3.2.5 weergegeven overweging ervan blijk heeft gegeven aan de hand van de hiervoor in 3.3 bedoelde vereisten voor het toewijzen van shockschade te hebben onderzocht of in de bijzondere omstandigheden van dit geval aan die vereisten is voldaan. Het oordeel van het Hof dat het waarnemen van het jegens zijn moeder uitgeoefende dodelijke geweld - waarbij [betrokkene 1] nog vergeefs heeft getracht zijn moeder te helpen - bij [betrokkene 1] heeft geleid tot geestelijk letsel in de vorm van een medisch vastgesteld, in de psychiatrie erkend ziektebeeld, te weten: een posttraumatisch stress syndroom, is, mede gelet op de onderbouwing die ter toelichting op de vordering van de benadeelde partij is verstrekt (hiervoor weergegeven onder 3.2.3), niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Voor zover het middel hierover klaagt is het tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c80d45efc211d4c606e1c216ef2d094d13c8edce31b4cf5b194d1dd0492f190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c80d45efc211d4c606e1c216ef2d094d13c8edce31b4cf5b194d1dd0492f190, en de alinea staat in dat document op bytes 29419 tot 30490.