Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2016
Onder 2.4.2. Hoge Raad 4 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2243.
De mogelijkheid dat een advocaat de grenzen van zijn machtiging heeft overschreden behoeft naar mijn mening geen afzonderlijke voorziening in het Wetboek van Strafvordering. Uitgangspunt dient te blijven dat de raadsman zijn werk naar behoren verricht. In het wetboek zijn evenmin voorzieningen opgenomen voor de raadsman die bepaalde vormfouten over het hoofd ziet, geen beroep doet op wellicht aanwezige strafuitsluitingsgronden ofwel geen melding maakt van strafverlichtende omstandigheden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4512fd4de1dd3a52ddcf8813056858584086495fea0996dceef773a3cd6460e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4512fd4de1dd3a52ddcf8813056858584086495fea0996dceef773a3cd6460e2, en de alinea staat in dat document op bytes 15535 tot 16041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4512fd4de1dd3a52ddcf8813056858584086495fea0996dceef773a3cd6460e2 | shasum -a 256