Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2016

Onder 2.4.3. Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2243.

Art. 279 Sv stelt geen verdergaande eisen dan dat een advocaat die een ter terechtzitting niet verschenen verdachte wenst te verdedigen, dient te verklaren daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd. Kennelijk steunt de toekenning van deze faciliteit op de gedachte dat een advocaat een juist en verantwoord gebruik zal maken van deze hem toegekende bevoegdheid. Met deze wettelijke regeling verdraagt zich niet dat de rechter ambtshalve of op vordering van het openbaar ministerie een onderzoek instelt omtrent de vraag of de advocaat deze verklaring naar waarheid heeft afgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4512fd4de1dd3a52ddcf8813056858584086495fea0996dceef773a3cd6460e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4512fd4de1dd3a52ddcf8813056858584086495fea0996dceef773a3cd6460e2, en de alinea staat in dat document op bytes 16564 tot 17157.