Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 4 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2247.
De verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hielden op 9 september 2014 de auto, met daarin de verdachte en [betrokkene 1] , staande ter controle op de naleving van de Wegenverkeerswet 1994 omdat de kentekenplaat aan voorzijde van de auto ontbrak. De verdachte en [betrokkene 1] legitimeerden zich op verzoek van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Laatstgenoemde nam waar dat [betrokkene 1] zijn paspoort met trillende hand overhandigde en dat hij ongevraagd verklaarde dat hij om 19:00 uur in Almere moest zijn voor een ouderavond. Nadat de verdachte erop was geattendeerd dat er geen kentekenplaat op de voorkant van de door hem bestuurde auto zat, deelde hij de verbalisanten mee dat hij op de Ruysdaelkade te Amsterdam was geweest en dat er daar door verschillende voertuigen naar hem werd getoeterd, kennelijk, naar hij inmiddels begreep, in verband met het ontbreken van de kentekenplaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f, en de alinea staat in dat document op bytes 9412 tot 10347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f | shasum -a 256