Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 4 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2247.
Ten aanzien van het onderzoek aan de kleding van de verdachte geldt het navolgende. Op grond van artikel 9, tweede lid, van de Opiumwet mag de politie een persoon bij het bestaan van ernstige bezwaren aan de kleding onderzoeken. Op basis van voornoemd proces-verbaal gaat het hof ervan uit dat [verbalisant 3] eerst de verdachte heeft gefouilleerd en daarna de auto heeft doorzocht. Uit het proces-verbaal blijkt niet dat dergelijke ernstige bezwaren bestonden ten tijde van de fouillering. Dit betekent dat het onderzoek aan de kleding van de verdachte niet rechtmatig is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f, en de alinea staat in dat document op bytes 12684 tot 13278.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f | shasum -a 256