Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2016

Onder 2.4.5. Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2247.

Of een zeer ingrijpende inbreuk op een grondrecht van de verdachte met het oog op het voorkomen van soortgelijke inbreuken tot toepassing van bewijsuitsluiting noopt, zal de rechter moeten beoordelen aan de hand van de hiervoor onder 2.4.1 genoemde wettelijke beoordelingsfactoren en met inachtneming van de omstandigheden van het geval. Daarbij zal de rechter ook kunnen betrekken of in de gegeven omstandigheden toepassing van bewijsuitsluiting opweegt tegen de daarvan te verwachten negatieve effecten en of aldus niet op onaanvaardbare wijze afbreuk wordt gedaan aan zwaarwegende belangen als de waarheidsvinding en de bestraffing van de dader van een - mogelijk zeer ernstig - strafbaar feit, alsmede in voorkomend geval aan de rechten van slachtoffers of hun nabestaanden, mede gelet op uit het EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen tot effectieve bestraffing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f, en de alinea staat in dat document op bytes 21536 tot 22422.