Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2016
Onder 2.4. Hoge Raad 4 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2247.
Het Hof heeft - in cassatie niet bestreden - geoordeeld dat het onderzoek aan de kleding van de verdachte niet rechtmatig is geweest en dat hierdoor sprake is van een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv. Het Hof heeft geoordeeld dat aan dit vormverzuim het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting moet worden verbonden. Daartoe heeft het Hof overwogen dat de "aanzienlijke schending van de strafvorderlijke voorschriften en de daarmee gepaard gaande ingrijpende inbreuken op (tevens in het EVRM beschermde) grondrechten voldoende reden vormen om tot bewijsuitsluiting over te gaan, gelet op de relatief geringe ernst van het onderhavige feit". Voorts heeft het Hof overwogen dat het "bewijsuitsluiting eveneens noodzakelijk [acht] in het licht van de rechtsstatelijke waarborgen die fundamentele strafvorderlijke beginselen bieden, alsmede opdat inbreuken als de onderhavige in de toekomst zoveel mogelijk worden voorkomen".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f, en de alinea staat in dat document op bytes 25422 tot 26358.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8e9187701e32bb48240334eae4dff840553674f5e26d168a8f8002a1ee6616f | shasum -a 256