Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2016

Onder 2.2.3. Hoge Raad 11 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2291.

Door aldus te handelen heeft de verdachte zich feitelijk schuldig gemaakt aan smaadschrift in de zin van "het openlijk tentoonstellen" van een geschrift als bedoeld in artikel 261, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Aan verdachte is evenwel niet "het openlijk tentoonstellen" van een geschrift ten laste gelegd, maar "het verspreiden" van een geschrift.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2bc4cbf1f57b0bb6bd8968c6eb05a13c90cbe6c7cce6730d779baa662664f93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2bc4cbf1f57b0bb6bd8968c6eb05a13c90cbe6c7cce6730d779baa662664f93, en de alinea staat in dat document op bytes 11880 tot 12256.