Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2016
Onder 4.2. Hoge Raad 14 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2300.
Het Hof heeft overwogen dat de gemachtigde in een brief van 23 november 2011 en nogmaals in een brief van 15 december 2011 heeft vermeld dat de Inspecteur in gebreke wordt gesteld voor het niet tijdig beslissen op het bezwaar, maar dat uit die brieven niet kenbaar is op welke te nemen besluiten de ingebrekestelling betrekking heeft. Ter zitting van het Hof heeft de Inspecteur verklaard dat hem op 9 maart 2012 duidelijk was welke belastingplichtigen de gemachtigde vertegenwoordigde. Het Hof heeft daaruit afgeleid dat het de Inspecteur vanaf dat moment duidelijk moet zijn geweest op welke besluiten de ingebrekestelling betrekking had. Niet is vereist dat nadien door de belanghebbende alsnog een schriftelijke ingebrekestelling wordt ingediend die voldoet aan alle eisen die daaraan worden gesteld, aldus het Hof. Daarvan uitgaande heeft het Hof geoordeeld dat de Inspecteur een dwangsom heeft verbeurd en heeft het deze dwangsom vastgesteld op € 1260.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32d67b8450347678dab111b2f6b2fecf656ad814defe960c02030c95b06e2d04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32d67b8450347678dab111b2f6b2fecf656ad814defe960c02030c95b06e2d04, en de alinea staat in dat document op bytes 8688 tot 9661.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32d67b8450347678dab111b2f6b2fecf656ad814defe960c02030c95b06e2d04 | shasum -a 256