Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 11 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2304.
Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat het faillissement van de verdachte thans wegens gebrek aan baten is opgeheven. De verdachte heeft nog een openstaande schuld en in die schuld vallen, volgens de verdachte, een groot deel van de vorderingen die de benadeelde partijen op de verdachte hebben. Niet duidelijk is geworden op welk deel van de vorderingen dit ziet. Nader laten onderzoeken welk deel van de vorderingen in het faillissement zijn meegenomen en welk deel niet, vormt naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partijen kunnen daarom thans in hun vordering niet in hoger beroep worden ontvangen en kunnen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cd6a0d4ed7ceb65a575ba0f019528e73b329f2967c655cc2d0a268791c02619. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cd6a0d4ed7ceb65a575ba0f019528e73b329f2967c655cc2d0a268791c02619, en de alinea staat in dat document op bytes 8832 tot 9584.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7cd6a0d4ed7ceb65a575ba0f019528e73b329f2967c655cc2d0a268791c02619 | shasum -a 256