Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 11 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2305.

Van de zijde van de verdachte is bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte. Het zonder enige aanleiding of noodzaak viermaal gericht schieten door een verbalisant op de wegrennende, onbewapende, minderjarige verdachte van een diefstal van een tas, was in strijd met de daarvoor geldende voorschriften. Deze ongerechtvaardigde geweldstoepassing bij de aanhouding van de verdachte levert een onherstelbaar vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering, welk vormverzuim een ernstige schending oplevert van de lichamelijke integriteit van de verdachte en daarmee van de beginselen van een goede procesorde. Daar komt bij dat het openbaar ministerie niet van meet af aan openheid heeft gegeven over de toedracht van het schietincident en essentiële informatie daarover buiten het dossier heeft gelaten. Er is daarom volgens de verdediging doelbewust tekort gedaan aan het recht op een eerlijke behandeling van de zaak van de minderjarige verdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bcdeada9330f5fea9cefa5244df4977aa89aab486792a864bba9e6d8214b36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bcdeada9330f5fea9cefa5244df4977aa89aab486792a864bba9e6d8214b36, en de alinea staat in dat document op bytes 9494 tot 10553.