Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 11 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2305.

(...) zag ik dat er een persoon uit de richting van het voertuig (het hof leest: genoemde Citroën) in de richting van de middenberm wegrende. Ik heb toen mijn vuurwapen getrokken en twee of drie keer geschoten in de richting van die persoon. Ik heb op de benen van die persoon gericht. Ik stond stil op dat moment. Ik heb geschoten om de verdachte te doen stoppen en om de verdachte vervolgens aan te kunnen houden. De afstand van mij tot de verdachte was op dat moment ongeveer 8 meter. De verdachte was hier nog op de rijstrook voor de middenberm. Nadat ik geschoten had heb ik een paar seconden gewacht. Ik zag dat de verdachte gewoon door bleef rennen. Ik besloot nogmaals te schieten op de benen van de verdachte. Ik zag dat de verdachte toen al halverwege de andere rijbaan was. De tweede keer heb ik een keer geschoten. De afstand tussen mij en de verdachte was op dat moment ongeveer 12 tot 14 meter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bcdeada9330f5fea9cefa5244df4977aa89aab486792a864bba9e6d8214b36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bcdeada9330f5fea9cefa5244df4977aa89aab486792a864bba9e6d8214b36, en de alinea staat in dat document op bytes 15124 tot 16046.