Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 11 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2305.

Maar zelfs als ervan wordt uitgegaan dat niet in strijd zou zijn gehandeld met de ambtsinstructie in verband met een mogelijke link van de verdachte met eerder vuurwapengebruik en gezien het feit waarvan de verdachte werd verdacht, is het hof van oordeel dat verbalisant [verbalisant 4] in dit geval niet heeft kunnen overgaan tot het gericht schieten met het dienstwapen. Het hof overweegt daartoe dat het geenszins noodzakelijk was om de verdachte aan te houden door op hem te schieten, omdat dit doel eenvoudig op een andere manier kon worden - en ook is - bereikt. Uit de door het hof vastgestelde feitelijke toedracht blijkt dat de verdachte van de verbalisanten wegrende, niet zichtbaar gewapend was en voor de verbalisanten op dat moment geen bedreiging vormde, terwijl de politie met acht man sterk aanwezig was, waaronder twee agenten op de motor die de verdachte binnen een mum van tijd konden aanhouden, wat zij ook daadwerkelijk hebben gedaan. De situatie was ook in die zin onder controle dat de bestuurder van de Citroën waarin de verdachte zich bevond had voldaan aan alle door de politie gegeven aanwijzingen, de twee inzittenden direct konden worden aangehouden en evenmin een bedreiging vormden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bcdeada9330f5fea9cefa5244df4977aa89aab486792a864bba9e6d8214b36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bcdeada9330f5fea9cefa5244df4977aa89aab486792a864bba9e6d8214b36, en de alinea staat in dat document op bytes 20380 tot 21607.