Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2016

Onder 2.4. Hoge Raad 11 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2305.

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging, als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg, slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (vgl. ECLI:NL:HR:2004:AM2533, NJ 2004/376, rov. 3.6.5). Onregelmatigheden in de wijze waarop de verdachte is aangehouden zullen op zichzelf in de regel niet meebrengen dat aan het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort wordt gedaan (vgl. HR 19 december 1995, NJ 1996/249).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bcdeada9330f5fea9cefa5244df4977aa89aab486792a864bba9e6d8214b36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bcdeada9330f5fea9cefa5244df4977aa89aab486792a864bba9e6d8214b36, en de alinea staat in dat document op bytes 26593 tot 27492.