Citaat | Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.2 Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:233.

Voor zover in cassatie nog van belang, vordert de curator – kort gezegd – veroordeling van [eiser] tot betaling van een bedrag waarmee de schulden van [A] kunnen worden voldaan die niet blijken te kunnen worden voldaan door vereffening van de in de faillissementsboedel aanwezige baten. Aan deze vordering legt de curator onder meer ten grondslag dat [eiser] aansprakelijk is voor het boedeltekort uit hoofde van art. 2:248 BW, nu de jaarrekening van [A] voor het jaar 2008 vier maanden te laat is gedeponeerd en daardoor heeft te gelden dat [eiser] zijn taak als bestuurder van [A] onbehoorlijk heeft vervuld en deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Subsidiair beroept de curator zich op onrechtmatig handelen van [eiser] . De rechtbank heeft de vordering afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691e1c587f4490b1a80ed56dfab29cf1ea92a6c4302d6f923230d9823d2e0b2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691e1c587f4490b1a80ed56dfab29cf1ea92a6c4302d6f923230d9823d2e0b2a, en de alinea staat in dat document op bytes 9857 tot 10687.