Citaat | Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.8 Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:233.

Het onderdeel slaagt. Volgens vaste jurisprudentie kan de omstandigheid dat, zoals zich hier heeft voorgedaan, [eiser] , die door de rechtbank in het gelijk was gesteld, in eerste aanleg gevoerde verweren in de vorm van een (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep onder de aandacht van het hof heeft gebracht, niet ertoe leiden dat verwerping van die verweren – en dientengevolge de verwerping van het incidentele hoger beroep – [eiser] op een kostenveroordeling komt te staan. Zie onder meer HR 10 juni 1988, ECLI:NL:HR:1988:AC1506, NJ 1989/30, HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3713, NJ 2006/289 en HR 11 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9966, NJ 2012/319.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691e1c587f4490b1a80ed56dfab29cf1ea92a6c4302d6f923230d9823d2e0b2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691e1c587f4490b1a80ed56dfab29cf1ea92a6c4302d6f923230d9823d2e0b2a, en de alinea staat in dat document op bytes 19283 tot 19961.