Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2016
Onder 3.3.2 Hoge Raad 14 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2341.
Uit de rechtspraak van het EHRM met betrekking tot het in art. 2 EP gewaarborgde recht op onderwijs volgt dat aan deze bepaling niet een aanspraak kan worden ontleend op het kunnen volgen van onderwijs in een bepaalde taal en dat daaruit evenmin de verplichting voor staten volgt om een bepaald soort onderwijs aan te bieden of te subsidiëren (zie de rechtspraak genoemd in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.9-3.18). Daarom is er geen aanleiding om aan te nemen dat art. 2 EP aanspraak geeft op het kunnen volgen van onderwijs van een bepaalde taal. Het voorgaande wordt niet anders doordat het EHRM in het genoemde arrest Demir and Baykara v. Turkey (betreffende de vrijheid van vakvereniging en het recht op collectieve onderhandelingen) heeft geoordeeld dat een uit internationale instrumenten en statenpraktijk blijkende consensus kan worden betrokken bij de uitleg van EVRM-bepalingen in concrete gevallen. Dat ten aanzien van het kunnen volgen van onderwijs van de moedertaal sprake is van dergelijke consensus valt uit de stellingen van Hollanda c.s. niet af te leiden en volgt evenmin uit de verdragsbepalingen waarop zij zich beroepen. Bovendien wijst de rechtspraak van het EHRM met betrekking tot art. 2 EP juist niet op het bestaan van dergelijke consensus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7a34fd789620d9769c73af4c5fe1edf96f3340b229640c373f0d1d9d8532a50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7a34fd789620d9769c73af4c5fe1edf96f3340b229640c373f0d1d9d8532a50, en de alinea staat in dat document op bytes 14267 tot 15597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b7a34fd789620d9769c73af4c5fe1edf96f3340b229640c373f0d1d9d8532a50 | shasum -a 256