Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2016
Onder 3.4 Hoge Raad 14 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2348.
Deze klacht treft doel. Het hof heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat voor de toepassing van de beëindigingsgrond van art. 350 lid 3, aanhef en onder c, Fw is vereist dat de schuldenaar van zijn gedragingen een verwijt kan worden gemaakt (HR 12 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0455, NJ 2009/270). Het hof heeft verwijtbaarheid aangenomen op de grond dat [verzoeker] bewust ervoor had gekozen als enige de lasten van de gezamenlijke huishouding op zich te nemen, dit omdat zijn partner in een schuldhulptraject zat. Het hof is echter niet (kenbaar) ingegaan op het verweer van [verzoeker] dat zijn partner niet over inkomsten beschikte, terwijl daarvan wel was uitgegaan bij de vaststelling van het vrij te laten bedrag. Dit verweer is van belang voor het oordeel over de vraag of [verzoeker] van zijn gedragingen een verwijt kan worden gemaakt. Door hierop niet (kenbaar) in te gaan, is het arrest van het hof onvoldoende gemotiveerd. Dit geldt daardoor eveneens voor de daarop voortbouwende oordelen dat niet aannemelijk is geworden dat de nakoming van de verplichtingen bij een voortzetting van de schuldsaneringsregeling in voldoende mate is gewaarborgd en dat de omstandigheid dat [verzoeker] als gevolg van de beëindiging van de schuldsanerings-regeling mogelijk zijn baan verliest, geen reden is om anders te beslissen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bacde64420f6d12dc825cea36262904d82d32ceb50639551ab56e1464e07e2d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bacde64420f6d12dc825cea36262904d82d32ceb50639551ab56e1464e07e2d4, en de alinea staat in dat document op bytes 8499 tot 9841.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bacde64420f6d12dc825cea36262904d82d32ceb50639551ab56e1464e07e2d4 | shasum -a 256