Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2016

Onder 3.5.2 Hoge Raad 14 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2354.

Ook deze klacht is gegrond. Uit het hiervoor in 3.4.2 overwogene vloeit immers voort dat, ook indien het gaat om gelden en tegoeden die door de vreemde staat voor verschillende doeleinden worden gebruikt, zowel publiek als (uitsluitend) commercieel of anderszins, de schuldeiser die beslag legt of wil leggen, zal moeten stellen en aannemelijk maken dat en in hoeverre die gelden en tegoeden vatbaar zijn voor beslag en executie (HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1387, NJ 2010/525 (Azeta/JCR en Staat), rov. 3.5 en 3.7, en het hiervoor genoemde arrest van 30 september 2016, rov. 3.5.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1bdb50d12bf3ce7d67b286c7444ca9bc139e0c7584e3558f9886841840482f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1bdb50d12bf3ce7d67b286c7444ca9bc139e0c7584e3558f9886841840482f9, en de alinea staat in dat document op bytes 14999 tot 15601.