Citaat | Hoge Raad 4 november 2016
Onder 3.3 Hoge Raad 4 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2356.
In art. 3 van de mantelovereenkomst voor dienstverlening die C4C met haar opdrachtgevers pleegt te sluiten, staat onder meer (waarbij ‘de Deskundige’ de werknemer van C4C is en C4C ‘Opdrachtnemer’ is): "Opdrachtnemer draagt de bevoegdheid tot het geven van instructies ten aanzien van de Werkzaamheden, waarmee de Deskundige bij Opdrachtgever is belast, en het toezicht daarop over aan Opdrachtgever. De verantwoordelijkheid voor het bereiken van het met de Werkzaamheden beoogde doel cq. resultaat berust bij Opdrachtgever.” C4C komt dus met haar opdrachtgevers overeen dat de instructiebevoegdheid ten aanzien van de werkzaamheden van de ter beschikking gestelde werknemers bij de opdrachtgevers ligt. Daaraan doet niet af dat de desbetreffende werknemers hoogopgeleid zijn en gespecialiseerde werkzaamheden verrichten, ten aanzien waarvan de opdrachtgevers zelf over onvoldoende kennis beschikken en die hun werkzaamheden overeenkomstig hun eigen professionele standaarden verrichten, of dat C4C twee accountmanagers in dienst heeft die de desbetreffende medewerkers begeleiden. Ook ten aanzien van professionals die krachtens een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn, heeft de werkgever een instructiebevoegdheid. Die bevoegdheid is in het onderhavige geval overgedragen aan de derde aan wie de werknemer door de werkgever ter beschikking is gesteld. (rov. 3.14)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff5c3dcccd749ede93146869a26eb521f3b255ba3250079daab8596570ff75a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff5c3dcccd749ede93146869a26eb521f3b255ba3250079daab8596570ff75a3, en de alinea staat in dat document op bytes 12894 tot 14280.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff5c3dcccd749ede93146869a26eb521f3b255ba3250079daab8596570ff75a3 | shasum -a 256