Citaat | Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.2 Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:236.

Lindorff stelt zich primair op het standpunt dat de overeenkomst met [A] , voor zover deze ziet op de toestelcomponent, als een overeenkomst tot koop op afbetaling moet worden aangemerkt, en dat deze overeenkomst niet ambtshalve kan worden vernietigd nu [A] geen beroep heeft gedaan op het niet tot stand komen van de overeenkomst. Voor het geval in rechte wordt beslist dat de overeenkomst wat betreft de toestelcomponent niet van kracht is geworden, stelt Lindorff subsidiair dat [A] ongerechtvaardigd is verrijkt nu hij het genot heeft gehad van het door hem uitgekozen toestel zonder dat hij daarvoor een vergoeding verschuldigd is geworden. Meer subsidiair stelt Lindorff zich op het standpunt dat [A] op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 1 BW en art. 6:248 lid 1 BW) een vergoeding verschuldigd is voor het gebruik en/of genot van het telefoontoestel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b634689b2c1cf5ec4da6a08846654ca086810dc7e67c2607e6278a75771e578c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b634689b2c1cf5ec4da6a08846654ca086810dc7e67c2607e6278a75771e578c, en de alinea staat in dat document op bytes 14292 tot 15212.