Citaat | Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.3 Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:236.

De door de kantonrechter gestelde vragen bouwen voort op hetgeen is beslist in een eerdere prejudiciële procedure, die heeft geleid tot het arrest HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1385, NJ 2015/477 (hierna: het arrest Lindorff/Statia). Het ging daarin om de vraag of een overeenkomst, zoals omschreven in rov. 3.2 van dat arrest, tussen een aanbieder en een consument en (ook hierna) aangeduid als een ‘telefoonabonnement inclusief toestel’, moet worden aangemerkt (voor zover thans van belang) als een koop op afbetaling in de zin van art. 7A:1576 e.v. BW, onderscheidenlijk een kredietovereenkomst in de zin van Titel 2A van Boek 7 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b634689b2c1cf5ec4da6a08846654ca086810dc7e67c2607e6278a75771e578c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b634689b2c1cf5ec4da6a08846654ca086810dc7e67c2607e6278a75771e578c, en de alinea staat in dat document op bytes 15332 tot 15988.