Citaat | Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.15.3 Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:236.

Opmerking verdient dat ook de aanbieder zal moeten teruggeven hetgeen hij op grond van de niet tot stand gekomen dan wel vernietigde overeenkomst (met betrekking tot het toestelgedeelte) heeft ontvangen. Daarom moet tevens bepaald worden welk gedeelte van de door de consument betaalde maandtermijnen geacht wordt te zijn bestemd voor de voldoening van de koopsom (art. 7A:1576 BW) onderscheidenlijk voor de aflossing van het krediet (Titel 7.2A BW), in beide gevallen inclusief de daarmee verband houdende kosten die de consument heeft betaald. Hetgeen de aanbieder op grond van het voorgaande verschuldigd is, zal hij in mindering moeten brengen op hetgeen hij van de consument vordert. Indien tegen de consument verstek is verleend, kan de rechter de gegrondheid van de vordering van de aanbieder ingevolge art. 139 Rv ook in dit opzicht toetsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b634689b2c1cf5ec4da6a08846654ca086810dc7e67c2607e6278a75771e578c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b634689b2c1cf5ec4da6a08846654ca086810dc7e67c2607e6278a75771e578c, en de alinea staat in dat document op bytes 34990 tot 35853.