Citaat | Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.16 Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:236.

De in vraag f onder II genoemde art. 6:203 lid 3 en 6:210 BW bieden voor een dergelijke vergoeding geen grondslag, nu de aanbieder op grond van de overeenkomst niet verplicht is om ‘genot’ te verschaffen doch slechts om (de eigendom van) het toestel te verschaffen. Na vernietiging van de overeenkomst ziet de onverschuldigde prestatie die moet worden teruggegeven dan ook slechts op het toestel, en niet op het met de eigendom gepaard gaande genot dat de consument eventueel van het toestel heeft gehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b634689b2c1cf5ec4da6a08846654ca086810dc7e67c2607e6278a75771e578c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b634689b2c1cf5ec4da6a08846654ca086810dc7e67c2607e6278a75771e578c, en de alinea staat in dat document op bytes 36249 tot 36770.