Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2016
Onder 3.3.3 Hoge Raad 14 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2370.
In het in art. 38c lid 2 Wet Bopz opgenomen vereiste dat de termijn van een dwangbehandeling als bedoeld in art. 38c lid 1, aanhef en onder a, Wet Bopz ‘zo kort mogelijk’ is, ligt besloten dat de arts die de beslissing tot dwangbehandeling neemt, een zorgvuldige afweging maakt, ook ten aanzien van de duur van die behandeling. Art. 38c lid 2 Wet Bopz strekt mede ertoe te voorkomen dat de patiënt in onzekerheid verkeert omtrent de door de behandelaar voorgenomen duur van de dwangbehandeling. De patiënt heeft derhalve belang erbij dat die duur wordt vermeld in de schriftelijke kennisgeving van de voorgenomen behandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da788896f71f24169d647442a71bee56f14580f87ce5626426c6eade7b1db35a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da788896f71f24169d647442a71bee56f14580f87ce5626426c6eade7b1db35a, en de alinea staat in dat document op bytes 13747 tot 14392.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da788896f71f24169d647442a71bee56f14580f87ce5626426c6eade7b1db35a | shasum -a 256