Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2016
Onder 3.3 Hoge Raad 14 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2371.
De verantwoordelijkheid van de Staat ligt primair bij de naleving van zijn uit het volkenrecht voortvloeiende verplichtingen jegens [vreemde staat] en niet bij de naleving van de verplichtingen die voor [vreemde staat] voortvloeien uit het arbitrale vonnis, bij welke procedure de Staat overigens ook niet als partij betrokken is geweest. Immuniteit van executie is niet absoluut en kan niet worden ingeroepen indien wordt vastgesteld dat de goederen van de vreemde Staat niet bestemd zijn voor een overheidstaak en worden gebruikt voor commerciële doeleinden. Dit laatste is ook terug te vinden in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen van 2 november 2004 (hierna: VN-Verdrag), welk verdrag een codificatie behelst van het internationale gewoonterecht met betrekking tot immuniteit van jurisdictie en van executie en van de daaraan gestelde grenzen. (rov. 9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c43f2a536b7c878ee2a494c5b1ba57fc6113f232c90080a0d5436836c37bab82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c43f2a536b7c878ee2a494c5b1ba57fc6113f232c90080a0d5436836c37bab82, en de alinea staat in dat document op bytes 11573 tot 12512.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c43f2a536b7c878ee2a494c5b1ba57fc6113f232c90080a0d5436836c37bab82 | shasum -a 256