Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2016
Onder 3.4.2 Hoge Raad 14 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2371.
Met het vorenstaande strookt dat de stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vatbaarheid voor beslag en executie rusten op de schuldeiser die beslag legt of wil leggen op goederen van de vreemde staat en dat, ook indien de vreemde staat in rechte verstek laat gaan, steeds vastgesteld moet worden dat de desbetreffende goederen vatbaar zijn voor beslag. De schuldeiser zal derhalve steeds gegevens moeten aandragen aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de goederen door de vreemde staat worden gebruikt of zijn bestemd voor, kort gezegd, andere dan publieke doeleinden. (rov. 3.5.3 van het arrest van 30 september 2016)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c43f2a536b7c878ee2a494c5b1ba57fc6113f232c90080a0d5436836c37bab82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c43f2a536b7c878ee2a494c5b1ba57fc6113f232c90080a0d5436836c37bab82, en de alinea staat in dat document op bytes 14703 tot 15350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c43f2a536b7c878ee2a494c5b1ba57fc6113f232c90080a0d5436836c37bab82 | shasum -a 256