Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2016
Onder 3.12 Hoge Raad 14 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2375.
Tegen de achtergrond van hetgeen hiervoor in 3.10 en 3.11 is overwogen brengt een redelijke, en uit het oogpunt van een effectieve rechtsbescherming van de werknemers wenselijke, uitleg van de art. 7:663 en 7:664 BW mee dat bij overgang van een onderneming – behoudens de in art. 7:664 lid 1 BW genoemde uitzonderingen – in het geval de werknemer zowel voor als na de overgang van de onderneming verplicht deelneemt in hetzelfde bedrijfstakpensioenfonds, dit pensioenfonds een eigen recht verkrijgt tegen de verkrijger van de onderneming tot inning van eventueel achterstallige pensioenpremies. Het bedrijfstakpensioenfonds kan het vorderingsrecht dat het terzake kon uitoefenen jegens de overdragende werkgever, na overgang van de onderneming derhalve op dezelfde voet uitoefenen jegens de verkrijgende werkgever. Anders dan het onderdeel onder 1.2 betoogt, staat de Richtlijn niet aan deze uitleg in de weg, nu art. 8 van de Richtlijn de lidstaten toestaat om wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen toe te passen of in te voeren die gunstiger zijn voor de werknemers.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88800fc97ef7cdb2ae11319b43b10b3e73dd1ccb207b72fe973cdc8828742f04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88800fc97ef7cdb2ae11319b43b10b3e73dd1ccb207b72fe973cdc8828742f04, en de alinea staat in dat document op bytes 28318 tot 29410.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/88800fc97ef7cdb2ae11319b43b10b3e73dd1ccb207b72fe973cdc8828742f04 | shasum -a 256