Citaat | Hoge Raad 16 februari 2016

Onder 4.2. Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:240.

15. Vastgesteld kan worden dat aangewezen ambtenaar [verbalisant] niet afzonderlijk en individueel beslist dat ter zake van deze, op geautomatiseerde wijze vastgestelde, gedragingen sancties worden opgelegd. De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat artikel 3 van de WAHV daartoe ook niet verplicht. In dit verband heeft de advocaat-generaal gewezen op het arrest van het hof van 5 juni 2014, zoals hierboven in overweging 5 genoemd, waarbij het hof in aanmerking heeft genomen dat in het proces dat leidt tot het bestand dat aan het CJIB wordt verzonden een aantal tussenstappen is opgenomen, en dat alleen zaken, waarin niet van bijzondere omstandigheden is gebleken en die geen nadere beoordeling vergen, door de RDW aan het CJIB worden toegezonden. De advocaat-generaal heeft voorts aangevoerd dat, anders dan in APK-I zaken, in APK-II zaken zoals de onderhavige (zie over dit onderscheid verder overweging 21) meer initiatief van de kentekenhouder wordt gevraagd. Zodra de kentekenhouder de juiste bewijzen overlegt, kan de buitengewoon opsporingsambtenaar van de Unit Handhaving van de RDW - afhankelijk van het verstrijken van de termijn na overdracht - een correctieverzoek indienen bij het CJIB dan wel de CVOM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbfa437270627ccf69f3d44faa61f648377ca94e15df30b6b92ea31f250dcbea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbfa437270627ccf69f3d44faa61f648377ca94e15df30b6b92ea31f250dcbea, en de alinea staat in dat document op bytes 33683 tot 34929.