Citaat | Hoge Raad 16 februari 2016

Onder 4.2. Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:240.

18. Het opleggen van een administratieve sanctie op grond van de WAHV is, zo volgt uit artikel 3, tweede en derde lid, van de WAHV, een bevoegdheid en geen verplichting. Dit brengt mee dat, nadat is vastgesteld dat de gedraging is verricht, moet kunnen worden beoordeeld of in een concrete situatie sprake is van, al dan niet door een betrokkene naar voren gebrachte, bijzondere omstandigheden die meebrengen dat van het opleggen van een sanctie moet worden afgezien. Hierin zou grond kunnen worden gevonden voor de gedachte dat afzonderlijk en individueel moet worden beslist of een sanctie wordt opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbfa437270627ccf69f3d44faa61f648377ca94e15df30b6b92ea31f250dcbea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbfa437270627ccf69f3d44faa61f648377ca94e15df30b6b92ea31f250dcbea, en de alinea staat in dat document op bytes 36003 tot 36623.