Citaat | Hoge Raad 16 februari 2016
Onder 4.2. Hoge Raad 16 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:240.
22. Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen over de bevoegdheid om een administratieve sanctie op te leggen, valt niet met het bepaalde in artikel 3 van de WAHV te verenigen, dat in gevallen als de onderhavige, waarin de gedraging op geautomatiseerde wijze is vastgesteld, op geautomatiseerde wijze een sanctie wordt opgelegd, zonder dat daarbij (enige) ruimte bestaat voor een beoordeling van, al dan niet door een betrokkene naar voren gebrachte, bijzondere omstandigheden, die meebrengen dat van het opleggen van een sanctie moet worden afgezien. Van belang is dat in alle APK-I zaken (motorrijtuigen van meer dan 3500 kg), waarbij is geconstateerd dat geen sprake is van een geldige APK-registratie, een brief wordt gestuurd aan de kentekenhouder waarin deze over de constatering wordt geïnformeerd en waarbij deze in de gelegenheid wordt gesteld om aan te tonen dat voor het motorrijtuig wel een geldig keuringsbewijs is afgegeven. Als voornoemde brief leidt tot correspondentie, wordt de zaak in behandeling genomen door een buitengewoon opsporingsambtenaar die vervolgens zelf de zaak afhandelt. Aldus worden alleen (APK-I) zaken, waarin niet van bijzondere omstandigheden gebleken is en die geen nadere beoordeling vergen aan het CJIB toegezonden. Voor APK-II zaken (motorrijtuigen van 3500 kg of minder), waarbij is geconstateerd dat geen sprake is van een geldige APK-registratie, geldt deze werkwijze echter, om voor het hof onvoldoende duidelijk geworden redenen, niet. Hier is sprake van een volledig geautomatiseerd proces waarin in alle zaken, doordat zij direct worden overgedragen aan het CJIB met de opdracht om in die zaken de beschikking uit te sturen, een sanctie wordt opgelegd. Dit brengt mee dat ook de zaken waar mogelijk sprake is van bijzondere omstandigheden en die een nadere beoordeling vergen, toch een sanctie wordt opgelegd. Het hof acht dit systeem van sanctieoplegging, waarbij onvoldoende is uitgesloten dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen die een nadere beoordeling vergen, niet in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3, tweede lid, van de WAHV. Dit leidt tot de conclusie dat in dit geval niet is komen vast te staan dat de sanctie door een daartoe bevoegde ambtenaar is opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbfa437270627ccf69f3d44faa61f648377ca94e15df30b6b92ea31f250dcbea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbfa437270627ccf69f3d44faa61f648377ca94e15df30b6b92ea31f250dcbea, en de alinea staat in dat document op bytes 40190 tot 42453.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbfa437270627ccf69f3d44faa61f648377ca94e15df30b6b92ea31f250dcbea | shasum -a 256