Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2016
Onder 1.2.2. Hoge Raad 25 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2412.
Door de achterdeur kwamen wij in de woning. In de woonkamer zagen wij een vrouwelijk persoon op de grond liggen. Wij zagen een huls op de grond liggen. Ik, verbalisant [verbalisant 7] , heb met een hand in de hals van de vrouw gevoeld naar tekenen van leven. Ik voelde geen tekenen van leven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438, en de alinea staat in dat document op bytes 27118 tot 27423.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438 | shasum -a 256