Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2016
Onder 1.2.2. Hoge Raad 25 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2412.
Wij, verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , gingen na het ontvangen van een melding naar de Klaverstraat te Sittard. Bij een woning aan de [a-straat 1] stapten wij uit en liepen vervolgens achter verbalisant [verbalisant 7] aan. In een kantoortje zagen wij een bureau met achter dit bureau een mannelijk persoon in een bureaustoel. Wij zagen dat de man voorovergebogen met zijn hoofd op het bureaublad lag en dat rondom het hoofd een plas bloed en braaksel lag. Wij zagen naast het bureau een kind op de grond liggen met bloed in het gezicht en de hals. Rondom het kind lag bloed op de grond. Wij zagen een patroonhuls liggen onder de kast aan de zijwand. Onder één van de stoelen tegen de achterwand lag eveneens een patroonhuls. Op dat moment zagen wij, [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , dat de eerste ambulance ter plaatse was. Het ambulancepersoneel ontfermde zich over het kind en de man.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438, en de alinea staat in dat document op bytes 27435 tot 28359.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438 | shasum -a 256