Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2016
Onder 1.2.3. ' Hoge Raad 25 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2412.
Het hof heeft zowel acht geslagen op de wijze van verhoren, zoals de inhoud van de door brigadier [verbalisant 1] gestelde vragen, als op de manier waarop [slachtoffer 3] de vragen heeft beantwoord. Het hof heeft zich er rekenschap van gegeven, dat [verbalisant 1] tijdens het verhoor van 21 december 2004 geen vragen heeft gesteld waarvan op [slachtoffer 3] enige aandrang zou kunnen zijn uitgegaan om anders te verklaren dan overeenkomstig haar eigen herinnering aan de bewuste gebeurtenissen van 12 juli 2003. Het hof heeft met waardering kennis genomen van de wijze waarop [verbalisant 1] , rechercheur Jeugd- en Zedenzaken, dit verhoor in een voor kinderen bestemde ruimte heeft afgenomen. Naar het oordeel van het hof heeft [slachtoffer 3] zich onbevangen kunnen uiten over hetgeen zij zich omtrent die gebeurtenissen herinnerde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438, en de alinea staat in dat document op bytes 37651 tot 38499.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438 | shasum -a 256