Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2016

Onder 1.2.3. ' Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2412.

Buiten de hierboven genoemde kwesties is de verklaring van [slachtoffer 3] naar het oordeel van het hof op (voor de bewijsvoering essentiële) onderdelen zonder twijfel wél authentiek te noemen. In die gevallen verklaart [slachtoffer 3] bijvoorbeeld "dat het ineens in mij opkomt". Bij het bestuderen van de op DVD opgeslagen videobeelden van het studioverhoor, waarvan ook de advocaat-generaal en de raadslieden van de verdachte kennis hebben genomen, heeft het hof de overtuiging bekomen dat [slachtoffer 3] in die gevallen oprecht en spontaan vertelt wat haar plotseling te binnen schiet. Het hof wijst in dit verband bijvoorbeeld op het gegeven dat [slachtoffer 3] zich plotseling herinnert dat zij een stukje van een pistool in de rechterbroekzak van de man zag (vanaf midden pagina 9 van het proces-verbaal van het studioverhoor). Naar het oordeel van het hof is de herinnering van [slachtoffer 3] aan het stukje van een pistool in de broekzak van de man authentiek. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat [slachtoffer 3] in het aanvangsstadium van het studioverhoor (zie het proces-verbaal, onderaan pagina 1 en bovenaan pagina 2) op de uitnodiging van de verbalisante om haar alles te vertellen van hetgeen bij haar opa en oma is gebeurd nog verklaart "ik zag die man met zijn hand in zijn zak gaan" en ook later, wanneer de verbalisante op de in het eerste stadium van het verhoor afgelegde verklaring terugkomt (zie het proces-verbaal, onderaan pagina 5) verklaart [slachtoffer 3] niet meer dan "... en toen zag ik die man met zijn hand in de zak gaan". Pas in een nog later stadium van het studioverhoor (zie het proces-verbaal, midden pagina 9) verklaart [slachtoffer 3] voor het eerst dat de man een pistool in de rechterzak had, waarvan zij een stukje gezien heeft. Volgens de verbalisante wijst [slachtoffer 3] daarbij naar haar rechterbroekzak. Bovendien verklaart [slachtoffer 3] (zie het proces-verbaal, midden pagina 9): "Het was een klein pistool, een soort James Bond-pistool, niet zo'n heel kleintje, maar iets groter," waaruit het hof concludeert dat [slachtoffer 3] niet alleen een klein stukje van het pistool in de rechterbroekzak van de man heeft gezien, maar dat zij tevens het gehele pistool moet hebben gezien, want alleen dan is verklaarbaar dat [slachtoffer 3] de hiervoor genoemde details van het pistool kan opnoemen. En dat [slachtoffer 3] het gehele pistool heeft gezien, is alleen verklaarbaar indien de man, verdachte, het pistool uit zijn broekzak te voorschijn heeft gehaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438, en de alinea staat in dat document op bytes 42005 tot 44536.