Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2016

Onder 1.2.3. ' Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2412.

Het hof acht verdachtes verklaring dat hij, nadat de transactie met [slachtoffer 1] op het kantoor was afgewikkeld, desgevraagd van [slachtoffer 1] toestemming had gekregen om in de woning naar het toilet te gaan, ongeloofwaardig in het licht van de door de getuige [getuige 6] ter terechtzitting van het hof van 9 december 2004 afgelegde verklaring, die onder meer inhoudt (pagina 21 van het proces-verbaal terechtzitting):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438, en de alinea staat in dat document op bytes 46436 tot 46874.