Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2016

Onder 1.2.3. ' Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2412.

Het hof hecht geloof aan de door deze getuige afgelegde verklaring, die naar eigen zeggen bij [slachtoffer 1 en 2] "kind aan huis" was, hetgeen bevestigd wordt door andere getuigen ( [getuige 7] , dossierpagina 533, en [getuige 8] , dossierpagina 529). In aanmerking nemend dat zelfs een huisvriend van [slachtoffer 1 en 2] geen gebruik mocht maken van het toilet, acht het hof niet geloofwaardig dat [slachtoffer 1] aan een relatief onbekende wel toestemming zou hebben gegeven om naar het toilet te gaan. Naar het oordeel van het hof heeft de verklaring van de verdachte, dat hij in de woning van [slachtoffer 1 en 2] op zoek ging naar het toilet, slechts ten doel te maskeren dat hij in werkelijkheid de woning van [slachtoffer 1 en 2] heeft betreden (waarbij de verdachte mogelijk sporen, zoals vingerafdrukken, zou achterlaten) om in de woning het slachtoffer [slachtoffer 2] het zwijgen op te leggen, teneinde te voorkomen dat zij de verdachte zou kunnen aanwijzen als degene die in het kantoor op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] had geschoten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438, en de alinea staat in dat document op bytes 47069 tot 48136.