Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2016

Onder 1.4. Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2412.

Op 26 juni 2013 heeft mr. J.W.H. Peters een verzoek als bedoeld in art. 461, eerste lid, Sv ingediend om nader onderzoek in te stellen naar de aanwezigheid van een grond voor herziening. Aangaande dit verzoek heeft de Adviescommissie afgesloten strafzaken op de voet van art. 462, derde lid, Sv geadviseerd tot het doen van nader onderzoek. De Procureur-Generaal heeft dit advies overgenomen en nader onderzoek doen verrichten. In dat kader heeft de Advocaat-Generaal Hofstee een deskundige (gedrags)neurologie doen benoemen (prof. dr. C. Jonker) die ter zake heeft gerapporteerd, heeft hij een aantal getuigen doen horen ( [getuige 10 t/m 13] ) en onderzoek laten doen naar sporen van hulzen. De Procureur-Generaal heeft zich bij monde van de Advocaat-Generaal op het standpunt gesteld dat uit het nader onderzoek geen grond is gebleken voor een herzieningsaanvraag als bedoeld in art. 460, eerste lid, Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438, en de alinea staat in dat document op bytes 58461 tot 59381.